woensdag 10 maart 2010
Bolivia 2010
Copacobana en Isla del Sol
Door: Suus
Tegen schemer kwamen wij aan in de plaats Copacobana, 8km van de grens met Peru. We lieten de taxi voor wat het was en liepen naar hostal Cupula, wat door de Footprint (reisgids van zuidamerika waar we mee rondlopen) werd aangeraden. Het ‘German owned’ hostal was doorspekt met duitse degelijkheid en voorzag ons van een warme douche, goede maaltijd en hele fijne bedden. Het was behoorlijk koud, iets waar we nog een beetje aan moesten wennen, we waren inmiddels op 3800m hoogte, dus zo vreemd was dat niet. De volgende dag werden we wakker in een koude kamer en hoorden we de stromende regen buiten. Het was koud, grijs en regenachtig. We hadden kaartjes gekocht voor de ferry naar Isla del Sol (eiland van de zon) en ‘vol goede moed’ (lees: ongeloof) liepen we door de stromende regen richting de haven. Weinig zon, ook hier. Na wat rondvragen bleek dat over het algemeen (wat dus heel algemeen kan zijn) de zon ’s middags zou gaan schijnen. Verkleumd namen we plaats in de boot en al snel waren we aan de praat met wat andere reizigers die zich net als ons verbaasden over de snelheid waarmee de ferry zichzelf verplaatste. Na 2 uur op de schildpadboot werden we zoals beloofd door de zon verwelkomd op Isla del Sol. Na een kop waanzinnig slechte koffie begonnen we met wat nieuwe vrienden aan de hike naar de Inca Ruines, waarover Kim had gehoord dat ze mooier zouden zijn dan de Machu Picchu. Mijn reactie was meteen, je moet niet alles geloven wat er gezegd wordt, ik had geen woord teveel gezegd. Op zich best aardig, maar goed, ik ga er vanuit dat diegene nog niet op de Machu Picchu is geweest of Boliviaan is. (MP ligt in Peru) Vervolgens liepen wij verder naar de zuidzijde van het eiland. Het bleek een prachtige wandeling en mede dankzij de hoogtepillen werd dit zelfs voor mij een hele relaxte wandeltocht op 3800-nog-wat-meter-hoogte. (Ik zweer het je, die pillen zijn pure drugs, ik had last van alle verschijnselen van hoogte ziekte: hoofdpijn, duizeligheid, misselijk, verhoogde hartslag, ademnood en gebrek aan eetlust en had nu nergens last van….interesse iemand? –geintje-) Verder zijn we al kauwend op coca bladeren (legaal en niet verslavend, ik zeg het er maar bij) de wandeltocht van 5 uur door gekomen. (Er werd gezegd dat het 3 uurtjes waren, het begin van het einde, hierover later meer) Aan de andere zijde van het eiland liepen we het eerste de beste hostal binnen waar wat Argentijnen en een Spanjaard op het terras zaten en met hen hebben we 3 flessen wijn geleegd en 2 pizza’s op. De volgende morgen pakten we de eerste ferry terug naar Copacobana en in de stromende regen stapten we op de bus richting La Paz, de hoofdstad van Bolivia.
La Paz – het India van Bolivia
Door: Suus
Aangekomen in hartje Boliva, een taxi bracht ons naar het Loki hostal, waar we goede berichten over gehoord hadden. Wij vermeden tot nu toe het Loki omdat het de bijnaam ‘party hostal’ heeft. Party is voor ons synoniem aan niet-slapen. Maar dankzij de ‘Ssssst! quiet zone’ is dit prima te doen. We kozen voor een ‘girls-only’ dorm, waar we verrast werden door een badkamer compleet met föhn en stijltang, hihi… niet gebruikt natuurlijk ;). Na een nacht heerlijk slapen en een warme douche zijn we op shop-tour gegaan. We stapten in het centrum op een collectivo (normaal busje omgebouwd tot massa transport wagen) richting de wijk El Alto (de hoogte). Deze locale markt ligt zoals te verwachten hoog, ietsje hoger dan La Paz city, namelijk op 4058m. Adem-nood… (liedje van Linda, Roos en Jessica, je weet wel…) Na de markt zijn we terug gegaan naar el centro, waar we in Calle de las Brujas (heksenstraat) verder geshopt hebben. De straat is zo genoemd omdat je hier allerlei ‘black magic’ artikelen kunt kopen. (Denk aan gedroogde lama foetissen (jegh) etc) We kochten vrachten aan kadootjes, alpaca (hele aaibare lamasoort) truien, sjaals, mutsen, handschoenen, boodschappentasjes en een grotere daypack. We kochten allebei een perfecte replica van een Deuter rugzak, harstikke nep, maar functioneel… Die rugzakjes van ons zijn best leuk, maar echt te klein bij een serieuze trekking in koude omgeving. Het is toch jammer dat je geen extra warme kleding mee kan nemen omdat het niet in je tas past en dan vervolgens 2 dagen in hele korte broekjes moet lopen (denk aan de colca canyon in Peru…brrrr). Na een HELE dag shoppen liepen we naar het Museo de Arte Contemporaneo (het museum voor de moderne kunst) waar we op ons laatste loodjes nog even cultureel gedaan hebben. De Boliviaanse kunstacademies hebben een aantal goede schilders afgeleverd en het was echt de moeite om dit museum te bezoeken. Voldaan (we zijn toch echt meiden..) na een dagje shoppen in La Paz zijn we op tijd gaan slapen. Kim heeft de volgende dag de ‘Death Road’ afdaling gedaan per mountainbike en ik heb de hele dag met de computer op schoot gezeten (blogs schrijven, foto’s en verhalen uploaden en uitzoeken) Het was heerlijk om een dagje ‘vakantie’ te hebben. De hele dag binnen gezeten, met andere reizigers gepraat en veel mail gelezen en geschreven. Ik wist na een dag alle stopcontacten in het hostal te vinden, haha. Na deze dag ‘niksen’ kwam Kim hyper terug, aten we wat de pot schafte bij Loki en sliepen we weer als een blok. De volgende dag liepen we nog 1x een rondje in de overvolle, grauwe, vervuilde, stinkende stad, dronken koffie met Daniela (en duitse Newyorkse die we kenden van de Colca Tour en tegen t lijf liepen in de stad) en vertrokken we om 7p.m. met de nachtbus naar Sucre.
Dit was de eerste en enige goede bus die we in Bolivia van binnen hebben gezien. We hebben t geprobeerd, echt. Maar ze zijn onvindbaar.
Death Road
Door: Kim
De Death Road heet zo, omdat op deze weg per maand wel 10 dodelijke ongelukken gebeurden. Dit gebeurde voornamelijk bij het achteruitrijden van een auto, als deze een tegenligger tegenkwam en dan het ravijn in reed. Tegenwoordig is er een nieuwe weg geopend, die misschien wel langer duurt maar wel veiliger is, mede omdat hij breder is.
De Death Road verbindt La Paz met Coroico, een plaatsje van waaruit men naar de Pampas (Amazone) reist. Voordat je hieraan begint, wordt je uitgedost met heel veel gear: racehelm, regenjack, regenbroek, fel hesje, 2 paar handschoenen (voor koud en warm weer) en knie/scheen beschermers. En er rijdt een gids mee. Ik zat met 2 Duitse chinezen in een groep en voor een meisje was ik best wel snel. Yeah! Het is een heel mooi landschap met adembenemende vergezichten. Je rijdt onder watervallen door en door riviertjes heen en de hele tijd dodelijk gevaarlijke afgronden, en omdat je van 4800m meter naar 1500 m daalt, zie je de natuur ook aanzienlijk veranderen. Erg mooi gezicht. Aan het einde kom je aan in Coroico en daar verblijf je een paar uur in een hotel. Je kunt er zwemmen in het zwembad en lekker douchen. En ook ga je er lunchen.
Wat ik ook tof vond om te zien is van die gieren, die je overal ziet vliegen.
Daarna rijd je via de nieuwe weg terug en rond 19h was ik weer in La Paz.
Sucre en Potosi
Door: Suus
Aangekomen in een regenachtig Sucre kwamen we al snel tot de conclusie dat de enige manier om die dag de stad weer uit te komen het begin van de middag zou zijn. Een quick visit zou het worden. Op zich waren we er niet echt rouwig om, het regende en we hadden weinig zin in een nat pak. We dumpten onze backpacks bij de busmaatschappij waarbij we een ticket naar Uyuni boekten en lieten ons door een taxi afzetten bij een cafeetje om te ontbijten. We bestelden weinig hoopvol een cruesli met yoghurt en kregen het beste ontbijt in weken! Na een rondje door de mooie koloniale stad en een bezoek aan de supermarkt bleek dat er op zondag in Sucre niets te beleven valt (alles, behalve de supermarkt is dicht) en een stad is een stuk minder leuk als het regent… desalniettemin, een aanrader om te bezoeken. We stapten op de gare bus en vervolgden onze reis naar Uyuni. Er werd gezegd dat we een directe bus zouden hebben en hij zou om 9pm zou aankomen in Uyuni, in the middle of nowhere. De waarheid bleek anders. We kwamen om 3pm aan in Potosi, de mijnstad van Bolivia waar we afgezet werden bij het kantoortje van de maatschappij. Er werd ons doodleuk medegedeeld dat we daar 3 uur moesten wachten… Daar zaten we dan…. We zochten uit waar we in godsnaam waren (geen straatnaam bordjes en iedereen noemde een andere straatnaam), namen ene taxi naar een restaurant, wat dicht bleek te zijn. En liepen in de immers aanhoudende stromende regen naar het eerste de beste restaurantje waar we de meest ranzige pizza ooit op hebben. In Potosi is op zondag écht niets te doen en het is ook niet de moeite om er een rondje te lopen. Weer terug in het kantoortje bleek de bus op tijd te vertrekken en samen met een leger Israëli’s vertrokken we naar Uyuni. (Israëli’s reizen ALTIJD in groepen en zijn niet te vermijden) In Uyuni kwamen we om 3 uur ’s nachts aan (juist ipv 9 uur ’s avonds). Slaapdronken vonden we met de enige niet Israëli’s een hostal. Toen eenmaal de eigenaresse wakker was en wij in onze kamer geïnstalleerd waren bleek er geen water te zijn…. En ook al was het inmiddels half 4, wij wilden douchen! We verlieten de überchagerijnige eigenaresse en klopten aan bij de buren. Ook hier geen stromend water, maar wel een eerlijke eigenaresse die ons ook nog eens minder liet betalen. Dan maar geen douche… 1 dag zonder kan, 2 blijkbaar ook.
Uyuni
Door: Suus
De volgende morgen stonden we om 8 uur op, juist na 4 uur slaap om een tour te regelen in de Uyuni woestijn. Om 10.30 zouden we vertrekken. Inmiddels kwamen wij er achter dat Kim haar zonnebril en ik mijn hoofdlamp kwijt was. Fijn, travel light, toch? Ok, we waren wel even niet te genieten… 4 uur slaap is niet genoeg, overigens. We vertrokken met nog 4 andere reizigers en een chauffeur en kokkin in een Jeep naar nergens. Of ergens.. heel veel zand in ieder geval.
Als eerste reden we naar het ‘Trein kerkhof’, een verlaten plek, net buiten het dorp Uyuni waar alle oude stoomtreinen weg staan te roesten. Heel mooi om te zien, maar eigenlijk tegelijkertijd triest. Triest omdat dit de typische manier is waarop Bolivianen met afval omgaan (gooi het op straat) en omdat dit ook geconserveerd had kunnen zijn, in een museum. Maar goed. Het levert wel mooi fotomateriaal op voor een hoop toeristen. Vervolgens reden we naar de ‘Salar de Uyuni’ wat wat mij betreft wel het hoogtepunt van Bolivia is. Dit is zo onbeschrijfelijk (maar wel te fotograferen) MOOI! In het juiste (niet regen) seizoen is de Salar een grote, witte, schijnbaar oneindige zoutvlakte) die oogverblindend (figuurlijk) mooi is. Omdat wij in het regenseizoen op de Salar waren, was de hele Salar bedekt met een laagje water van 15 centimeter. En je raad het al… dit was een perfecte spiegel voor de lucht… het leek wel of we in de wolken reden. Adenbenemend mooi. We aten wat bij het ‘Salt Hotel’, wat volledig gebouwd was uit zoutstenen, zowel de muren als het meubilair. Op de terugweg zaten we op het dak van de Jeep wat een prachtig 360 graden uitzicht opleverde. Vervolgens reden we een aantal uur dwars door de woestijn, met besneeuwde bergtoppen op de achtergrond naar onze accommodatie voor die nacht. Met een prachtig rood/geel gekleurde zonsondergang kwamen we aan in een woestijndorp waar een groot complex gebouwd was met diverse dorm kamers (per groep een kamer), de bedden waren verhogingen van beton waar een matras op lag. Bij de douches stond de chico met de meeste macht van het hele complex, namelijk een lucifer. Hij vroeg iedere toerist voor 10Bs, wat gelijk is aan een euro. Voor dat geld kreeg je 6 minuten warm water. Als je te lang douchte en de waarschuwingen negeerde (als je geen spaans sprak had je pech) dan draaide hij de vlam uit en stond je onder een koude douche. Terwijl de groep in colone op de douche stond te wachten lag Kim als een dood vogeltje op bed. De Boliviaanse maaltijden hadden haar geen goed gedaan. Pas toen ze vuurwerk hoorde (wat de israëli’s te pas en te onpas afsteken) lichtte ze haar hoofd op en zei: Oh, de Israëli’s komen, ik moet NU gaan douchen) Erg grappig. We aten vervolgens en vielen als een blok (beton) in slaap. De volgende morgen werden we weer vroeg wakker en vertrokken we weer de woestijn in. We bezochten die dag Laguna Colorada, de Arbol de Piedra en het Flamingo meer. Stuk voor stuk, fantastisch mooi! Laguna Colorada is een meer met diverse kleuren, als je er omheen rijdt zie je iedere keer een andere kleur verschijnen. De Arbol de Piedra lijkt linea recta uit een schilderij van Dali gestapt te zijn, het heeft een eigenaardige vorm die wat weg heeft van een boomgeraamte. En dan het Flamingo meer, waarom zijn er in het midden van de Boliviaanse woestijn flamingo’s? Hele kolonies roze vogels die met hun hoofd onder water staan…. Maar met stip op nummer 1 staat wel het eigenaardige landschap, een woestijn vol bizarre rotsformaties met op de achtergrond besneeuwde bergtoppen en vulkanen. Die dag kwamen we om 3pm al aan in onze slaapplek en hebben we de middag doorgebracht met kaarspelletjes. Een gedeelte van de groep heeft nog een wandeling gemaakt.
Allison en Corey (uit Washington DC) en Louis (een britse Portugees) en Kim gingen op een missie om nog wat boeiends te vinden, ze namen de hond, die ze Edgar genoemd hadden (en dol was op los slingerende schoenen) mee. Corey zei nog gekscherend, it’s not that we’re gonna find a waterfall or anything… En ja hoor! Men vond een kloof, een rivier en natuurlijk ook nog een waterval. Het was een korte, verschrikkelijk koude wandeling, maar de foto’s spreken boekdelen. Ik bleef samen met Sascha (een Nederlandse Portugese) lekker warm binnen om te tekenen. We aten om 8 uur en daarna werd ons meegedeeld dat we die nacht om 03.30 uit bed mochten zodat we op tijd de tour konden afronden. Er werd een onsamenhangende reden gegeven waarom we op deze manier de dagindeling niet zelf mochten bepalen, maar er viel weinig tegenin te brengen. De volgende dag, een uur later dan gepland werden we gewekt om in de vrieskou (min 3!) in de jeep te stappen. We zouden werkende geisers gaan bekijken. En ja hoor, tijdens een prachtige zonsopgang zagen we het stoom uit de aarde komen! Het geheel viel niet echt op foto vast te leggen, omdat het nog donker was, maar wat cool! Ook letterlijk, KOUD! Een woestijn blijft een vreemd fenomeen, overdag bloedheet en ’s nachts steenkoud. Een half uur verderop lagen de thermale baden op ons te wachten. Dit betrof een natuurlijk vulkanisch bad. Het interessante was dat de kleedkamers op 50 meter afstand van het bad lagen en het buiten nog steeds rond het vriespunt was. Er waren maar 2 mogelijkheden. Óf je ging niet het bad in, of je zou het zowel naar als uit het bad ver-schrik-kelijk koud hebben. Uiteraard kozen wij voor de 2e optie, met het idee, in Zweden doen ze het ook. En om eerlijk te zijn, als je uit het bad komt heb je t zo warm dat je amper merkt dat het buiten zo koud is. Helaas zaten we ook hier weer aan een tight-scedule en mochten we maar een half uur in bad. Het was wel genoeg tijd om ons stuk te lachen om de taferelen om het bad. Mensen die het heel koud hebben in zwemoutfit voor ze het bad in gaan en andere mensen met heel veel lagen kleding die niet snappen wat wij in dat bad deden en ook niet van plan waren zich uit te kleden in de vrieskou. Na een ontbijtje reden we via Laguna Verde (wat niet echt groen is als het niet waait, wel mooi natuurlijk, met de spiegeling van een besneeuwde vulkaan erin) naar San Pedro de Atacames waar we Corey en Ally bij de Chileense grens afzetten. De rest van het team reed in 1 streep door naar Uyuni waar we ongeveer 8 uur later aankwamen. Op de lunch na dan… In Uyuni aten we nog wat met de semi-portugesen bij een waanzinnig goede italiaan en vervolgens spendeerden we 4 uur op het treinstation wachtend op de nachttrein naar Tupiza, die om 3 uur ’s nachts vertrok. We hadden 1e klas kaartjes besteld, maar die bleken op, de middenklasse ook en we werden gedoemd met de laagste klasse te reizen. Op zich geen probleem, maar als je bedenkt dat we al bijna 24 uur op waren en een slaaptrein wilden nemen is het een stuk minder relaxt. Op zich viel het mee, er waren alleen mensen (geen geiten, lama’s en kippen etc) in de trein, maar de trein was heel vol en de bankjes zaten als kerkbankjes. (voor iedereen die nooit in een kerk komt: heel hard).
In Tupiza aangekomen lachte de zon ons toe en waren verbazingwekkend wakker voor iemand die zo weinig geslapen heeft.
Tupiza
Door: Kim
Tupiza … wat mooi. Dank je, Hendrik, voor de tip! ;) Met de trein rijd je door cañons heen, echt een supermooi gezicht. Het is een echt Western landschap, met rode rotsformaties, heel puntig en heel mooi. Eenmaal in Tupiza aangekomen en het hostel gevonden te hebben, hebben we eerst heeeeel lang lekker warm gedouched. Dat was ook alweer 2 dagen geleden. Bij dit hostel konden we ook gelijk de was doen, wat héél hard nodig was, en een paardrijtocht boeken voor later die middag. Deze plaats staat bekend om de 2 cowboys, Butch Cassidy en Sundance Kid, de bekende bank- en treinrovers die de bank van Bolivia hebben beroofd en vervolgens 2 dagen later bij San Vincente gedood zijn. Na al deze regeldingen zijn we een rondje gaan lopen en hebben we, ja hoor, weer een paar boodschappentasjes gekocht, want ja, deze waren toch weer heel anders dan die we al hadden en ook was het weer een heeeeel andere maat ;).
Na wat te hebben gegeten, zijn we even een siësta gaan houden, want we waren toch nog wel erg moe. Ik had gelukkig (of niet) de wekker gezet, want we zouden die middag gaan paardrijden. Deze paardrijtocht was legendarisch! Wat mooi! Via de Quebrada de Purmilla (betekent: droogliggende rivier van P.) zijn we naar de ‘Puerta del Diablo’ (een spleet tussen 2 rotsformaties in) gereden, door de ‘Valle de los Machos’ (rotsen in de vorm van penissen in erectie J) naar de Cañon del Inca. En toen weer terug naar het dorp. Onbeschrijfelijk mooi! Rotsformaties zoals je ze kent uit Westernfilms, jullie moeten echt de foto’s bekijken hiervan. Die avond hebben we superlekker gegeten bij PastiPizzeria en hebben we nog wat laatste shoppings gedaan, lees: nog een boodschappentasje gekocht :S.
De volgende ochtend zouden we half 10 de bus nemen naar Villazon, de grens met Argentinië. Maar Bolivia zou Bolivia niet zijn, als de bus gewoon op tijd zou rijden. Dus nee, aangekomen bij het busstation werd ons medegedeeld dat de bus niet reed, maar om 14h zou er wel een bus gaan. Wij kaartjes omgeruild voor de 14h bus en zijn we maar weer het centrum in gegaan. En… je raadt het al, we hebben nu echt de laatste boodschappentasjes gekocht J, tenminste de laatste in Bolivia … jeje.
Nog even in het park gechilled en om 14:15h ging dan eindelijk toch echt de bus naar Villazon. En mochten we eindelijk, eindelijk EINDELIJK weg uit Bolivia…. Prachtige natuur, enorm leuk shoppen maar verder……
Door: Suus
Tegen schemer kwamen wij aan in de plaats Copacobana, 8km van de grens met Peru. We lieten de taxi voor wat het was en liepen naar hostal Cupula, wat door de Footprint (reisgids van zuidamerika waar we mee rondlopen) werd aangeraden. Het ‘German owned’ hostal was doorspekt met duitse degelijkheid en voorzag ons van een warme douche, goede maaltijd en hele fijne bedden. Het was behoorlijk koud, iets waar we nog een beetje aan moesten wennen, we waren inmiddels op 3800m hoogte, dus zo vreemd was dat niet. De volgende dag werden we wakker in een koude kamer en hoorden we de stromende regen buiten. Het was koud, grijs en regenachtig. We hadden kaartjes gekocht voor de ferry naar Isla del Sol (eiland van de zon) en ‘vol goede moed’ (lees: ongeloof) liepen we door de stromende regen richting de haven. Weinig zon, ook hier. Na wat rondvragen bleek dat over het algemeen (wat dus heel algemeen kan zijn) de zon ’s middags zou gaan schijnen. Verkleumd namen we plaats in de boot en al snel waren we aan de praat met wat andere reizigers die zich net als ons verbaasden over de snelheid waarmee de ferry zichzelf verplaatste. Na 2 uur op de schildpadboot werden we zoals beloofd door de zon verwelkomd op Isla del Sol. Na een kop waanzinnig slechte koffie begonnen we met wat nieuwe vrienden aan de hike naar de Inca Ruines, waarover Kim had gehoord dat ze mooier zouden zijn dan de Machu Picchu. Mijn reactie was meteen, je moet niet alles geloven wat er gezegd wordt, ik had geen woord teveel gezegd. Op zich best aardig, maar goed, ik ga er vanuit dat diegene nog niet op de Machu Picchu is geweest of Boliviaan is. (MP ligt in Peru) Vervolgens liepen wij verder naar de zuidzijde van het eiland. Het bleek een prachtige wandeling en mede dankzij de hoogtepillen werd dit zelfs voor mij een hele relaxte wandeltocht op 3800-nog-wat-meter-hoogte. (Ik zweer het je, die pillen zijn pure drugs, ik had last van alle verschijnselen van hoogte ziekte: hoofdpijn, duizeligheid, misselijk, verhoogde hartslag, ademnood en gebrek aan eetlust en had nu nergens last van….interesse iemand? –geintje-) Verder zijn we al kauwend op coca bladeren (legaal en niet verslavend, ik zeg het er maar bij) de wandeltocht van 5 uur door gekomen. (Er werd gezegd dat het 3 uurtjes waren, het begin van het einde, hierover later meer) Aan de andere zijde van het eiland liepen we het eerste de beste hostal binnen waar wat Argentijnen en een Spanjaard op het terras zaten en met hen hebben we 3 flessen wijn geleegd en 2 pizza’s op. De volgende morgen pakten we de eerste ferry terug naar Copacobana en in de stromende regen stapten we op de bus richting La Paz, de hoofdstad van Bolivia.
La Paz – het India van Bolivia
Door: Suus
Aangekomen in hartje Boliva, een taxi bracht ons naar het Loki hostal, waar we goede berichten over gehoord hadden. Wij vermeden tot nu toe het Loki omdat het de bijnaam ‘party hostal’ heeft. Party is voor ons synoniem aan niet-slapen. Maar dankzij de ‘Ssssst! quiet zone’ is dit prima te doen. We kozen voor een ‘girls-only’ dorm, waar we verrast werden door een badkamer compleet met föhn en stijltang, hihi… niet gebruikt natuurlijk ;). Na een nacht heerlijk slapen en een warme douche zijn we op shop-tour gegaan. We stapten in het centrum op een collectivo (normaal busje omgebouwd tot massa transport wagen) richting de wijk El Alto (de hoogte). Deze locale markt ligt zoals te verwachten hoog, ietsje hoger dan La Paz city, namelijk op 4058m. Adem-nood… (liedje van Linda, Roos en Jessica, je weet wel…) Na de markt zijn we terug gegaan naar el centro, waar we in Calle de las Brujas (heksenstraat) verder geshopt hebben. De straat is zo genoemd omdat je hier allerlei ‘black magic’ artikelen kunt kopen. (Denk aan gedroogde lama foetissen (jegh) etc) We kochten vrachten aan kadootjes, alpaca (hele aaibare lamasoort) truien, sjaals, mutsen, handschoenen, boodschappentasjes en een grotere daypack. We kochten allebei een perfecte replica van een Deuter rugzak, harstikke nep, maar functioneel… Die rugzakjes van ons zijn best leuk, maar echt te klein bij een serieuze trekking in koude omgeving. Het is toch jammer dat je geen extra warme kleding mee kan nemen omdat het niet in je tas past en dan vervolgens 2 dagen in hele korte broekjes moet lopen (denk aan de colca canyon in Peru…brrrr). Na een HELE dag shoppen liepen we naar het Museo de Arte Contemporaneo (het museum voor de moderne kunst) waar we op ons laatste loodjes nog even cultureel gedaan hebben. De Boliviaanse kunstacademies hebben een aantal goede schilders afgeleverd en het was echt de moeite om dit museum te bezoeken. Voldaan (we zijn toch echt meiden..) na een dagje shoppen in La Paz zijn we op tijd gaan slapen. Kim heeft de volgende dag de ‘Death Road’ afdaling gedaan per mountainbike en ik heb de hele dag met de computer op schoot gezeten (blogs schrijven, foto’s en verhalen uploaden en uitzoeken) Het was heerlijk om een dagje ‘vakantie’ te hebben. De hele dag binnen gezeten, met andere reizigers gepraat en veel mail gelezen en geschreven. Ik wist na een dag alle stopcontacten in het hostal te vinden, haha. Na deze dag ‘niksen’ kwam Kim hyper terug, aten we wat de pot schafte bij Loki en sliepen we weer als een blok. De volgende dag liepen we nog 1x een rondje in de overvolle, grauwe, vervuilde, stinkende stad, dronken koffie met Daniela (en duitse Newyorkse die we kenden van de Colca Tour en tegen t lijf liepen in de stad) en vertrokken we om 7p.m. met de nachtbus naar Sucre.
Dit was de eerste en enige goede bus die we in Bolivia van binnen hebben gezien. We hebben t geprobeerd, echt. Maar ze zijn onvindbaar.
Death Road
Door: Kim
De Death Road heet zo, omdat op deze weg per maand wel 10 dodelijke ongelukken gebeurden. Dit gebeurde voornamelijk bij het achteruitrijden van een auto, als deze een tegenligger tegenkwam en dan het ravijn in reed. Tegenwoordig is er een nieuwe weg geopend, die misschien wel langer duurt maar wel veiliger is, mede omdat hij breder is.
De Death Road verbindt La Paz met Coroico, een plaatsje van waaruit men naar de Pampas (Amazone) reist. Voordat je hieraan begint, wordt je uitgedost met heel veel gear: racehelm, regenjack, regenbroek, fel hesje, 2 paar handschoenen (voor koud en warm weer) en knie/scheen beschermers. En er rijdt een gids mee. Ik zat met 2 Duitse chinezen in een groep en voor een meisje was ik best wel snel. Yeah! Het is een heel mooi landschap met adembenemende vergezichten. Je rijdt onder watervallen door en door riviertjes heen en de hele tijd dodelijk gevaarlijke afgronden, en omdat je van 4800m meter naar 1500 m daalt, zie je de natuur ook aanzienlijk veranderen. Erg mooi gezicht. Aan het einde kom je aan in Coroico en daar verblijf je een paar uur in een hotel. Je kunt er zwemmen in het zwembad en lekker douchen. En ook ga je er lunchen.
Wat ik ook tof vond om te zien is van die gieren, die je overal ziet vliegen.
Daarna rijd je via de nieuwe weg terug en rond 19h was ik weer in La Paz.
Sucre en Potosi
Door: Suus
Aangekomen in een regenachtig Sucre kwamen we al snel tot de conclusie dat de enige manier om die dag de stad weer uit te komen het begin van de middag zou zijn. Een quick visit zou het worden. Op zich waren we er niet echt rouwig om, het regende en we hadden weinig zin in een nat pak. We dumpten onze backpacks bij de busmaatschappij waarbij we een ticket naar Uyuni boekten en lieten ons door een taxi afzetten bij een cafeetje om te ontbijten. We bestelden weinig hoopvol een cruesli met yoghurt en kregen het beste ontbijt in weken! Na een rondje door de mooie koloniale stad en een bezoek aan de supermarkt bleek dat er op zondag in Sucre niets te beleven valt (alles, behalve de supermarkt is dicht) en een stad is een stuk minder leuk als het regent… desalniettemin, een aanrader om te bezoeken. We stapten op de gare bus en vervolgden onze reis naar Uyuni. Er werd gezegd dat we een directe bus zouden hebben en hij zou om 9pm zou aankomen in Uyuni, in the middle of nowhere. De waarheid bleek anders. We kwamen om 3pm aan in Potosi, de mijnstad van Bolivia waar we afgezet werden bij het kantoortje van de maatschappij. Er werd ons doodleuk medegedeeld dat we daar 3 uur moesten wachten… Daar zaten we dan…. We zochten uit waar we in godsnaam waren (geen straatnaam bordjes en iedereen noemde een andere straatnaam), namen ene taxi naar een restaurant, wat dicht bleek te zijn. En liepen in de immers aanhoudende stromende regen naar het eerste de beste restaurantje waar we de meest ranzige pizza ooit op hebben. In Potosi is op zondag écht niets te doen en het is ook niet de moeite om er een rondje te lopen. Weer terug in het kantoortje bleek de bus op tijd te vertrekken en samen met een leger Israëli’s vertrokken we naar Uyuni. (Israëli’s reizen ALTIJD in groepen en zijn niet te vermijden) In Uyuni kwamen we om 3 uur ’s nachts aan (juist ipv 9 uur ’s avonds). Slaapdronken vonden we met de enige niet Israëli’s een hostal. Toen eenmaal de eigenaresse wakker was en wij in onze kamer geïnstalleerd waren bleek er geen water te zijn…. En ook al was het inmiddels half 4, wij wilden douchen! We verlieten de überchagerijnige eigenaresse en klopten aan bij de buren. Ook hier geen stromend water, maar wel een eerlijke eigenaresse die ons ook nog eens minder liet betalen. Dan maar geen douche… 1 dag zonder kan, 2 blijkbaar ook.
Uyuni
Door: Suus
De volgende morgen stonden we om 8 uur op, juist na 4 uur slaap om een tour te regelen in de Uyuni woestijn. Om 10.30 zouden we vertrekken. Inmiddels kwamen wij er achter dat Kim haar zonnebril en ik mijn hoofdlamp kwijt was. Fijn, travel light, toch? Ok, we waren wel even niet te genieten… 4 uur slaap is niet genoeg, overigens. We vertrokken met nog 4 andere reizigers en een chauffeur en kokkin in een Jeep naar nergens. Of ergens.. heel veel zand in ieder geval.
Als eerste reden we naar het ‘Trein kerkhof’, een verlaten plek, net buiten het dorp Uyuni waar alle oude stoomtreinen weg staan te roesten. Heel mooi om te zien, maar eigenlijk tegelijkertijd triest. Triest omdat dit de typische manier is waarop Bolivianen met afval omgaan (gooi het op straat) en omdat dit ook geconserveerd had kunnen zijn, in een museum. Maar goed. Het levert wel mooi fotomateriaal op voor een hoop toeristen. Vervolgens reden we naar de ‘Salar de Uyuni’ wat wat mij betreft wel het hoogtepunt van Bolivia is. Dit is zo onbeschrijfelijk (maar wel te fotograferen) MOOI! In het juiste (niet regen) seizoen is de Salar een grote, witte, schijnbaar oneindige zoutvlakte) die oogverblindend (figuurlijk) mooi is. Omdat wij in het regenseizoen op de Salar waren, was de hele Salar bedekt met een laagje water van 15 centimeter. En je raad het al… dit was een perfecte spiegel voor de lucht… het leek wel of we in de wolken reden. Adenbenemend mooi. We aten wat bij het ‘Salt Hotel’, wat volledig gebouwd was uit zoutstenen, zowel de muren als het meubilair. Op de terugweg zaten we op het dak van de Jeep wat een prachtig 360 graden uitzicht opleverde. Vervolgens reden we een aantal uur dwars door de woestijn, met besneeuwde bergtoppen op de achtergrond naar onze accommodatie voor die nacht. Met een prachtig rood/geel gekleurde zonsondergang kwamen we aan in een woestijndorp waar een groot complex gebouwd was met diverse dorm kamers (per groep een kamer), de bedden waren verhogingen van beton waar een matras op lag. Bij de douches stond de chico met de meeste macht van het hele complex, namelijk een lucifer. Hij vroeg iedere toerist voor 10Bs, wat gelijk is aan een euro. Voor dat geld kreeg je 6 minuten warm water. Als je te lang douchte en de waarschuwingen negeerde (als je geen spaans sprak had je pech) dan draaide hij de vlam uit en stond je onder een koude douche. Terwijl de groep in colone op de douche stond te wachten lag Kim als een dood vogeltje op bed. De Boliviaanse maaltijden hadden haar geen goed gedaan. Pas toen ze vuurwerk hoorde (wat de israëli’s te pas en te onpas afsteken) lichtte ze haar hoofd op en zei: Oh, de Israëli’s komen, ik moet NU gaan douchen) Erg grappig. We aten vervolgens en vielen als een blok (beton) in slaap. De volgende morgen werden we weer vroeg wakker en vertrokken we weer de woestijn in. We bezochten die dag Laguna Colorada, de Arbol de Piedra en het Flamingo meer. Stuk voor stuk, fantastisch mooi! Laguna Colorada is een meer met diverse kleuren, als je er omheen rijdt zie je iedere keer een andere kleur verschijnen. De Arbol de Piedra lijkt linea recta uit een schilderij van Dali gestapt te zijn, het heeft een eigenaardige vorm die wat weg heeft van een boomgeraamte. En dan het Flamingo meer, waarom zijn er in het midden van de Boliviaanse woestijn flamingo’s? Hele kolonies roze vogels die met hun hoofd onder water staan…. Maar met stip op nummer 1 staat wel het eigenaardige landschap, een woestijn vol bizarre rotsformaties met op de achtergrond besneeuwde bergtoppen en vulkanen. Die dag kwamen we om 3pm al aan in onze slaapplek en hebben we de middag doorgebracht met kaarspelletjes. Een gedeelte van de groep heeft nog een wandeling gemaakt.
Allison en Corey (uit Washington DC) en Louis (een britse Portugees) en Kim gingen op een missie om nog wat boeiends te vinden, ze namen de hond, die ze Edgar genoemd hadden (en dol was op los slingerende schoenen) mee. Corey zei nog gekscherend, it’s not that we’re gonna find a waterfall or anything… En ja hoor! Men vond een kloof, een rivier en natuurlijk ook nog een waterval. Het was een korte, verschrikkelijk koude wandeling, maar de foto’s spreken boekdelen. Ik bleef samen met Sascha (een Nederlandse Portugese) lekker warm binnen om te tekenen. We aten om 8 uur en daarna werd ons meegedeeld dat we die nacht om 03.30 uit bed mochten zodat we op tijd de tour konden afronden. Er werd een onsamenhangende reden gegeven waarom we op deze manier de dagindeling niet zelf mochten bepalen, maar er viel weinig tegenin te brengen. De volgende dag, een uur later dan gepland werden we gewekt om in de vrieskou (min 3!) in de jeep te stappen. We zouden werkende geisers gaan bekijken. En ja hoor, tijdens een prachtige zonsopgang zagen we het stoom uit de aarde komen! Het geheel viel niet echt op foto vast te leggen, omdat het nog donker was, maar wat cool! Ook letterlijk, KOUD! Een woestijn blijft een vreemd fenomeen, overdag bloedheet en ’s nachts steenkoud. Een half uur verderop lagen de thermale baden op ons te wachten. Dit betrof een natuurlijk vulkanisch bad. Het interessante was dat de kleedkamers op 50 meter afstand van het bad lagen en het buiten nog steeds rond het vriespunt was. Er waren maar 2 mogelijkheden. Óf je ging niet het bad in, of je zou het zowel naar als uit het bad ver-schrik-kelijk koud hebben. Uiteraard kozen wij voor de 2e optie, met het idee, in Zweden doen ze het ook. En om eerlijk te zijn, als je uit het bad komt heb je t zo warm dat je amper merkt dat het buiten zo koud is. Helaas zaten we ook hier weer aan een tight-scedule en mochten we maar een half uur in bad. Het was wel genoeg tijd om ons stuk te lachen om de taferelen om het bad. Mensen die het heel koud hebben in zwemoutfit voor ze het bad in gaan en andere mensen met heel veel lagen kleding die niet snappen wat wij in dat bad deden en ook niet van plan waren zich uit te kleden in de vrieskou. Na een ontbijtje reden we via Laguna Verde (wat niet echt groen is als het niet waait, wel mooi natuurlijk, met de spiegeling van een besneeuwde vulkaan erin) naar San Pedro de Atacames waar we Corey en Ally bij de Chileense grens afzetten. De rest van het team reed in 1 streep door naar Uyuni waar we ongeveer 8 uur later aankwamen. Op de lunch na dan… In Uyuni aten we nog wat met de semi-portugesen bij een waanzinnig goede italiaan en vervolgens spendeerden we 4 uur op het treinstation wachtend op de nachttrein naar Tupiza, die om 3 uur ’s nachts vertrok. We hadden 1e klas kaartjes besteld, maar die bleken op, de middenklasse ook en we werden gedoemd met de laagste klasse te reizen. Op zich geen probleem, maar als je bedenkt dat we al bijna 24 uur op waren en een slaaptrein wilden nemen is het een stuk minder relaxt. Op zich viel het mee, er waren alleen mensen (geen geiten, lama’s en kippen etc) in de trein, maar de trein was heel vol en de bankjes zaten als kerkbankjes. (voor iedereen die nooit in een kerk komt: heel hard).
In Tupiza aangekomen lachte de zon ons toe en waren verbazingwekkend wakker voor iemand die zo weinig geslapen heeft.
Tupiza
Door: Kim
Tupiza … wat mooi. Dank je, Hendrik, voor de tip! ;) Met de trein rijd je door cañons heen, echt een supermooi gezicht. Het is een echt Western landschap, met rode rotsformaties, heel puntig en heel mooi. Eenmaal in Tupiza aangekomen en het hostel gevonden te hebben, hebben we eerst heeeeel lang lekker warm gedouched. Dat was ook alweer 2 dagen geleden. Bij dit hostel konden we ook gelijk de was doen, wat héél hard nodig was, en een paardrijtocht boeken voor later die middag. Deze plaats staat bekend om de 2 cowboys, Butch Cassidy en Sundance Kid, de bekende bank- en treinrovers die de bank van Bolivia hebben beroofd en vervolgens 2 dagen later bij San Vincente gedood zijn. Na al deze regeldingen zijn we een rondje gaan lopen en hebben we, ja hoor, weer een paar boodschappentasjes gekocht, want ja, deze waren toch weer heel anders dan die we al hadden en ook was het weer een heeeeel andere maat ;).
Na wat te hebben gegeten, zijn we even een siësta gaan houden, want we waren toch nog wel erg moe. Ik had gelukkig (of niet) de wekker gezet, want we zouden die middag gaan paardrijden. Deze paardrijtocht was legendarisch! Wat mooi! Via de Quebrada de Purmilla (betekent: droogliggende rivier van P.) zijn we naar de ‘Puerta del Diablo’ (een spleet tussen 2 rotsformaties in) gereden, door de ‘Valle de los Machos’ (rotsen in de vorm van penissen in erectie J) naar de Cañon del Inca. En toen weer terug naar het dorp. Onbeschrijfelijk mooi! Rotsformaties zoals je ze kent uit Westernfilms, jullie moeten echt de foto’s bekijken hiervan. Die avond hebben we superlekker gegeten bij PastiPizzeria en hebben we nog wat laatste shoppings gedaan, lees: nog een boodschappentasje gekocht :S.
De volgende ochtend zouden we half 10 de bus nemen naar Villazon, de grens met Argentinië. Maar Bolivia zou Bolivia niet zijn, als de bus gewoon op tijd zou rijden. Dus nee, aangekomen bij het busstation werd ons medegedeeld dat de bus niet reed, maar om 14h zou er wel een bus gaan. Wij kaartjes omgeruild voor de 14h bus en zijn we maar weer het centrum in gegaan. En… je raadt het al, we hebben nu echt de laatste boodschappentasjes gekocht J, tenminste de laatste in Bolivia … jeje.
Nog even in het park gechilled en om 14:15h ging dan eindelijk toch echt de bus naar Villazon. En mochten we eindelijk, eindelijk EINDELIJK weg uit Bolivia…. Prachtige natuur, enorm leuk shoppen maar verder……
Abonneren op:
Posts (Atom)